Onderzoek naar Groepstherapie: een wereld in beweging
29-06-2026 | Algemeen |
Binnen de internationale psychotherapiewereld speelt de Society for Psychotherapy Research (SPR) een belangrijke rol in het stimuleren en delen van wetenschappelijk onderzoek naar psychotherapie. De SPR brengt onderzoekers en clinici samen met als doel beter te begrijpen wat werkt in therapie, voor wie, en onder welke omstandigheden. Ook groepstherapie krijgt hierin steeds meer aandacht, met een groeiende focus op procesonderzoek: wat gebeurt er precies tussen groepsleden en therapeuten dat bijdraagt aan verandering? De 57e jaarlijkse internationale conferentie van de Society for Psychotherapy Research (SPR), getiteld “Reimagining Psychotherapy: A Dialogue on Innovations Across Approaches and Cultures”, vond plaats van 24–27 juni 2026 aan de Ritsumeikan University in Osaka, Japan. Sinds 2025 is er een Special Interest Group (SIG) on group processes and outcome. (https://www.psychotherapyresearch.org/page/SIG_process_outcome). Marjolein Koementas is één van de actieve organisatoren. Mede dankzij de SIG is onderzoek naar de groepstherapie op dit congres goed vertegenwoordigd. Ook 3 NVGP-leden van de commissie Wetenschap en Praktijk leveren een waardevolle bijdrage in Osaka, Japan.
Marjolein Koementas-de Vos presenteert onderzoek naar de effectiviteit van groepstherapie bij veelvoorkomende psychische stoornissen en de mate waarin deze terugkomt in behandelrichtlijnen. Hoewel er sterke wetenschappelijke evidentie is voor groepstherapie en er evidence-based protocollen beschikbaar zijn, blijkt dat deze niet altijd worden aanbevolen in richtlijnen. Deze studie brengt de discrepantie tussen onderzoek en praktijk in kaart en doet aanbevelingen om de inzet van groepstherapie beter te laten aansluiten bij de bestaande wetenschappelijke kennis.
Birre van den Heuvel presenteert onderzoek naar de toewijzing van patiënten met cluster C persoonlijkheidsstoornissen aan groeps- versus individuele psychotherapie. Hoewel groepstherapie effectief is, wordt deze in de praktijk nog relatief weinig ingezet. In deze studie wordt met behulp van machine learning onderzocht welke patiëntkenmerken voorspellen of iemand in een groep of individueel behandeld wordt. Het doel is om meer inzicht te krijgen in dit beslisproces en zo bij te dragen aan beter onderbouwde en efficiëntere behandelkeuzes.
Anne-Marie Claassen presenteert een innovatieve studie naar interactieprocessen in psychodynamische groepstherapie voor ouderen. In dit onderzoek worden groepssessies geanalyseerd met behulp van een combinatie van kwalitatieve codering en visuele netwerkanalyse, om zichtbaar te maken hoe deelnemers betekenisvol op elkaar reageren. Door sessies die als meer of minder effectief worden ervaren met elkaar te vergelijken, wordt onderzocht welke interactiepatronen samenhangen met therapeutisch effect. Deze studie laat zien hoe nieuwe methoden kunnen bijdragen aan een beter begrip van veranderingsprocessen binnen groepstherapie.
Deze bijdragen onderstrepen de actieve rol van Nederlandse onderzoekers binnen het internationale groepstherapie-onderzoek en laten zien hoe klinische praktijk en wetenschappelijke innovatie elkaar versterken. Door beter inzicht te krijgen in de processen die verandering mogelijk maken, kunnen we groepstherapie verder verfijnen en effectiever inzetten voor diverse patiëntgroepen.
