Nederlandse vereniging voor groepsdynamica en groepspsychotherapie
Home / Research groepstherapie / Evidence Based Groepstherapie / Small Group Process and Outcome Research Highlights

Small Group Process and Outcome Research Highlights

Burlingame, Jensen, J.L. (2017). Small Group Process and Outcome Research Highlights: A 25-Year Perspective International Journal of Group Psychotherapy, 67: Special Issue 194–218

Verslaggever Willem de Haas

Abstract

We summarize major research findings from the past 25 years within the larger evolution of group psychotherapy. Small group process findings are highlighted from a group-as-a-whole, interpersonal relation, subgroup, individual member characteristics, and leader perspective. Special emphasis is given to cohesion and the significant correlation between cohesion and outcome. We note that group therapy is an empirically well-supported treatment for a large number of psychiatric disorders and describe evidence supporting the outcome of various theoretical orientations. Key studies showing outcome equivalence for group and individual therapy are reviewed, followed by a high-level summary of group therapy’s efficacy research for depression, bipolar, social phobia, panic disorder, obsessive compulsive, bulimia nervosa, binge-eating, substance-related, trauma-related, HIV/AIDS, breast cancer, chronic pain, schizophrenia, and borderline personality. We conclude with the promise of recent advances for moving the field forward over the next 25 years.

Wat betekent dit voor de groepstherapie en de NVGP ?

Zoals alle publicaties van Gary Burlingame-de onderzoeksheld van de groepspsychotherapie- is dit weer een belangrijke review over de evidentie van groepstherapie. Waarom zo belangrijk?
Ten eerste omdat hij opnieuw (gebruikmakend van zijn belangrijke reviews uit 2004 en vooral 2013) een helder overzicht geeft over de evidentie voor groepsbehandeling bij een groot aantal DSM-stoornissen en-opvallend genoeg-nogal een aantal (psycho-)somatische stoornissen. Hij tekent daarbij aan dat in deze tijd de doelgroep (lees DSM-diagnose doelgroep) helemaal voorop is komen te staan als richtpunt voor de vorm van groepstherapie. Ook groepsbehandeling is tegenwoordig vraaggericht en de DSM-diagnose is de vertaling van de problemen en vraag van de patiënten. Dit in tegenstelling tot groepstherapie van 20 jaar geleden die nog sterk aanbod gericht was. De methode en het referentiekader waren heilig, de patiënt moest daar maar in passen.
In de abstract hierboven ziet u een globale samenvatting van de veelheid aan DSM- en somatische stoornissen waarvoor groepsbehandeling resultaat kan bieden. In veel gevallen gaat het om CGT- vormen van groepstherapie, maar niet alleen. Soms blijken expressieve vormen van groepstherapie te helpen (groepsbegeleiding bij vrouwen met borstkanker) en regelmatig blijken psycho educatieve vormen van groepstherapie te helpen (schizofrenie, angst) of groepstraining (emotie-regulatie training bij borderline-patiënten).
Een tweede belangrijke aspect van dit artikel vinden we meteen in het begin. Daar zetten de auteurs uiteen waarom groepstherapie helpt. Dat groepstherapie helpt is inmiddels wel aangetoond maar als we willen weten waarom ze werkt is groepstherapie vaak nog een ‘black box’. De auteurs halen research aan waaruit blijkt dan de volgende kenmerken van de behandelingsgroep bijdragen aan het resultaat: de mate van groepscohesie in een therapiegroep blijkt sterk samen te hangen met resultaat, en hetzelfde geldt voor interpersoonlijke feedback. Belangrijke aspecten die nog meer aandacht van ons project Research Groepstherapie verdienen.

Relevantie voor richtlijnenO O O O O
Relevantie voor onderzoekO O O O O
Relevantie voor groepsbehandelingO O O O O
Relevantie voor teamcoachingO O O O O
Relevantie voor groepsdynamicaopleidingO O O O O
Relevantie voor groepstherapieopleidingO O O O O
Relevantie voor KP opleidingO O O O O