|

| Wetenschappelijk artikel over cohesie II |
|
Vorig jaar heeft de NVGP de Nederlandse vertaling van het artikel Groepsbehandeling: evidentie voor effectiviteit en veranderingsmechanismen van Gary M. Burlingame, K. Roy MacKenzie en Berhard Strauss, op haar website gezet. Elke groepstherapeut kan in dit artikel gemakkelijk nazoeken of de groep die hij/zij geeft, qua effectiviteit evidence based is. Het is voor de leden van de NVGP een enorme tijdsbesparing om op deze manier gericht kennis te nemen van de stand van zaken van effectiviteitsonderzoek naar verschillende vormen van groepspsychotherapie. Deze publicatie is dan ook met enthousiasme ontvangen en velen hebben van dit artikel gebruik gemaakt. Nu is de vertaling gereed van een tweede artikel: Therapistis contribution and Responsiveness to Patients, uit het boek Psychotherapy: Relationships that work, editor John C. Norcross, 2002, en gaat het over de rol van cohesie bij mogelijke drop-out en effectiviteit van groepspsychotherapie. De wetenschapscommissie van de NVGP wil dit soort artikelen over groepspsychotherapie met enige regelmaat op de website publiceren om de leden op deze manier de gelegenheid te geven op een efficiënte manier kennis te nemen van de huidige evidence based stand van zaken wat betreft de groepspsychotherapie. Bovendien kunnen groepspsychotherapeuten met deze informatie hun voordeel doen als het er om gaat naar management en zorgverzekeraar aan te tonen dat een bepaalde groepspsychotherapie werkt en dat de nieuwste wetenschappelijke inzichten worden gebruikt om de groepspsychotherapie uit te voeren.Onderstaand artikel: Therapist Contributions and Responsiveness to Patients uit het boek Psychotherapy; Relationships that work, editor John C. Norcross, 2002, gaat het over de rol van cohesie bij mogelijke drop-out en effectiviteit van groepspsychotherapie. De auteurs hebben de voor dit thema relevante onderzoeken geanalyseerd. Ze beoordeelden onderzoeken die het verband tussen cohesie en tal van andere factoren als onderwerp hadden: het verband tussen cohesie en behandelresultaat, groepsstructuur, de verbale interactie en het emotionele klimaat. Hieruit blijkt bijvoorbeeld dat een sterke mate van interpersoonlijke cohesie gerelateerd is aan goede groepsresultaten. De mate waarin een groepslid warmte van de therapeut ervaart is eveneens belangrijk voor het resultaat. Voor de effectiviteit van groepspsychotherapie blijkt het ook zeer van belang dat er al vroeg cohesie wordt ervaren door de groepsleden. Individuele groepsleden zijn dan meer in staat de conflicten te verdragen die het verdere werkproces met zich mee brengt. Een ander belangrijk resultaat is, dat een goede voorbereiding op de groep zorgt voor minder drop-out. De groepsleden krijgen hierdoor meer inzicht in de werking van de groep waardoor ze er constructiever gebruik van kunnen maken. De auteurs bespreken de belangrijkste onderzoeksresultaten met betrekking tot cohesie en komen op grond van hun bevindingen tot een aantal evidence based richtlijnen voor het samenstellen en uitvoeren van groepspsychotherapie. Het artikel is zeer de moeite waard voor de dagelijkse praktijk van iedere groepspsychotherapeut, die wil nagaan hoe hij/zij de cohesie in zijn/haar groepen kan stimuleren en verbeteren en daarmee de effectiviteit van groepspsychotherapie verhoogt. Namens de wetenschapscommissie wens ik u met dit artikel dan ook veel leesplezier en effectiviteit toe.
Tonnie Thijssen |